vrijdag 10 oktober 2014

Verwerkingsopdracht bij Oorlog en Terpentijn (W.O. I-literatuur)

Opdracht 1: Hoe het zover gekomen is

a.   Noteer op welke wijze de Duitsers in het boek dat je gelezen hebt, worden beschreven. Betrek daarbij ook – indien mogelijk – de aanloop tot de oorlog. Hoe heeft het zover kunnen komen?

In Oorlog en Terpentijn wordt er gekeken vanuit het standpunt van een Belgische jongeman die aan het front vocht, en deze vond dat de Duitsers op een 'vieze' manier vochten. Zo overtraden ze de regels van de oorlog, door bijvoorbeeld soldaten die gewonden wegsleepten of die simpelweg uit de loopgraven gelokt waren neer te maaien met hun 'mitrailleursnesten'. De hoofdpersoon (Urbain) kan zich nogal kwaad maken op deze manier van oorlogvoeren en neemt hierdoor geregeld zeer grote risico's. Verder waren de wapens van de Duitsers veel beter en de aantallen waren veel groter, waardoor ze als angstaanjagend werden beschouwd door de hoofdpersoon. Over de aanleiding tot de oorlog wordt in het boek vrijwel niets gezegd, behalve het korte noemen van de aanslag op Frans Ferdinand. In die zin wordt de schuld van de oorlog niet per se in de schoenen van de Duitsers geschoven in mijn boek.

b.   Onderzoek op welke wijze Duitsland t.o.v. het verdrag van Versailles stond.

Door het verdrag van Versailles verloor Duitsland een aanzienlijk deel van zijn grondgebied en hierdoor kwam Duitsland terecht in een enorme economische malaise, omdat het verlies van grondgebied gepaard ging met het verlies van landbouwproducten en delfstoffen, wat dus minder exportproducten betekent. Verder moest Duitsland ook nog een enorme som geld betalen als herstelbetalingen, samen met onder andere schepen, machines en steenkolen. Duitsland kon natuurlijk nooit tevreden zijn geweest met al deze eisen, maar omdat ze nu eenmaal de verliezer van de oorlog was, moest ze wel akkoord gaan hiermee.

c.    Onderzoek of Duitsland werkelijk de enige aanstichter van de oorlog is geweest. Betrek hierbij welke rol de overige landen in Europa hierbij gespeeld hebben en kom tot een evenwichtig oordeel.

In het begin van de 20e eeuw was het onrustig in de Balkan. Duitsland en Oostenrijk-Hongarije waren bondgenoten in deze tijd, hiertegenover stond de Triple Entente - ofwel Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.  Oostenrijk-Hongarije had in de Balkan, wat geregeerd werd door het Ottomaanse rijk, Bosnie-Hercegovina veroverd. Uiteindelijk werd er en bondgenootschap gevormd, de centralen genoemd, dat bestond uit Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk. Hiertegenover stond nog steeds de Triple Entente. Frankrijk had in 1870 een oorlog van Duitsland verloren, en koesterden dus wraak tegen de Duitsers. Er ontstond een grote wapenwedloop tussen alle deelnemende landen, wat al als een teken werd gezien dat ze 'klaar' waren voor oorlog. Toen werd in 1914 Frans Ferdinand van Oostenrijk in Servië door een Bosniër vermoord. Oostenrijk gaf Servië de schuld, en er kwam oorlog tussen deze twee landen. De kettingreactie van bondgenoten werd in werking gezet: Duitsland steunt Oostenrijk-Hongarije, Rusland steunde Servië, waardoor Frankrijk en Engeland dit ook doen, ook al hadden zij hier totaal niets mee te maken. Hierdoor werd dus indirect weer de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland verklaard. Dit vonden de Fransen natuurlijk niet erg, want die wilden wel vechten met Duitsland. Ook Engeland zag Duitsland als een bedreiging voor zijn industrie. Hierdoor is de Grote Oorlog ontstaan.

Ik denk dat het incident van Frans Ferdinand alleen maar een excuus van de Triple Entente is geweest om oorlog te voeren, want dat wilden ze. Ze zagen Duitsland al als een slecht land en vonden het een bedreiging, dus zo'n mooi excuus om Duitsland in een oorlog te verslaan lieten ze niet lopen. Toch hebben de Duitsers, als mijn boek de waarheid schrijft, ook oorlogsmisdaden begaan. Alleen al het invallen van België en andere landen is natuurlijk niet gepast als het om de moord van een Oostenrijker in de Balkan gaat.

vrijdag 13 juni 2014

Boekverslag Siegfried, een zwarte idylle - Harry Mulisch

 Het boek Siegfried gaat over Rudolf Herter, een schrijver die een bezoekje brengt aan het Oostenrijkse Wenen om zijn nieuwste boek te promoten. Dit is tevens de stad waar Hitler vandaan komt. Tijdens een van zijn interviews komt Herter op het idee om een roman te schrijven over Hitler, waarin men het ware gezicht van Hitler te zien krijgt. Na afloop van een lezing maakt Herter echter kennis met het bejaarde echtpaar Falk, die informatie over Hitler heeft, wat nog nooit iemand ooit heeft geweten.
De omslag oogt erg duister, wat de verwachting opwekt van een typisch oorlogsverhaal. Ook vanwege de ondertitel ‘een zwarte idylle’, wordt de indruk gewekt van een donker en grauw verhaal. Tegelijkertijd wordt er ook een open plek opgewekt. Na het lezen van de achterkant van het boek, denk je al gauw dat het boek sterk gaat over Hitler en Eva Braun. Bovendien wekt de titel de indruk op dat het boek zal gaan over een één of andere Siegfried. Achteraf is het boek niet een typisch oorlogsverhaal. Ook wordt duidelijk dat Siegfried, Hitler en Eva Braun inderdaad een grote rol in het verhaal spelen samen met Herter.
Siegfried is het geheim dat een grote rol speelt in het verhaal. De titel Siegfried is daarom erg logisch. Siegfried is de fictieve zoon van Hitler en Eva Braun, wat niemand weet. Het boek vertelt onder andere wat er met Siegfried gebeurt. Herter probeert door Siegfried dichter bij Hitler te komen.
Het boek omvat enkele belangrijke personages. Rudolf Herter is de hoofdpersoon van het verhaal, hij is een succesvolle schrijver en een diepgaande denker. Tegelijkertijd is Herter een alter ego van Harry Mulisch. Maria is de vriendin van Herter die samen met hem naar Wenen reist. Ze is erg zorgzaam en organisatorisch. Echtpaar Falk kan beschouwd worden als één personage. Het bejaarde echtpaar is verbitterd door de oorlog en door het verlies van Siegfried, wat later duidelijk wordt. Ten slotte zijn er enkele personages die indirect in het verhaal komen. Oorlogsleider Hitler is erg ongrijpbaar en overdreven doelgericht. Eva Braun is de geliefde van Hitler en ze is erg begripvol naar Hitler toe. Hitler en Eva krijgen een zoon, Siegfried. Siegfried is een levendig en onschuldig jongetje, die midden in de oorlog zit.
Het verhaal speelt zich af in het onbepaalde heden in Wenen. Rudolf Herter is de focalisator en vanuit zijn perspectief wordt alles dus waargenomen. Het boek bevat veel open plekken. Zoals de ondertitel ‘een zwarte idylle’. Deze wekt meteen een open plek op. Ook het geheim van echtpaar Falk is een open plek. Andere voorbeelden van de open plekken zijn: wie is aanwezig in de droom van Herter en wat voor een verhaal gaat Herter in zijn roman verwerken.
Het thema van het boek is te omschrijven als ‘Hitlers ware identiteit’. Motieven die in het boek terugkomen zijn Siegfried en het Niets.
Siegfried is een mooi, intrigerend en uniek boek. Het is geen typisch oorlogsverhaal, wat eerst werd gedacht. Het feit dat het boek gaat over het enigszins ‘begrijpelijk’ maken van Hitler maakt het boek erg uniek. Ook de  filosofische ideeën die Mulisch noemt, waren interessant,   alhoewel deze wel ingewikkeld waren en een hoop eigen kennis vereisten. Wij zijn erg positief over het boek en zijn tevreden dat we het boek gekozen hebben voor de opdracht.

Het proces van het maken van dit verslag en het lezen van het boek is volgens mij bij iedereen uit ons groepje vrij goed verlopen, en we zijn tegen weinig problemen aangelopen. Wij hadden een boek gekozen uit niveau 4, en dat is mij goed bevallen. Het is uitdagend, maar niet te moeilijk. Het volgende boek dat ik wil lezen gaat dus ook uit niveau 4 komen. Eventueel zou ik willen lezen: 'Het huis van de moskee' of 'De zwarte met het witte hart'.

woensdag 19 februari 2014

Verwerkingsopdracht: “Ik was nooit in Isfahaan” door Tommy Wieringa Beeldopdracht, door Mendy, Daan, Pim, Annamarthe en Sanne (4C)



Wij hebben gekozen voor het maken van een nieuwe omslag voor het boek van Tommy Wieringa.We vonden namelijk de oude omslag niet passend voor het boek, omdat we de lay-out niet mooi vonden. Na het bestuderen van de omslag zagen we dat deze bestond uit drie teksten, een rug en een voor- en achterkant plus titel. We hebben de titel veranderd naar: “Wieringa’s reisverhalen”. Dit hebben we vooral gedaan omdat we vonden dat als we de gehele omslag zouden veranderen, we ook de titel zouden moeten aanpassen. Ook is de titel Wieringa’s reisverhalen veel accurater dan Ik was nooit in Isfahaan. De titel Ik was nooit in Isfahaan, is afgeleid van een gedicht van P.N. van Eyck, waarin de stad Isfahaan metafoor staat voor de dood. Aangezien de dood steeds terugkomt in de verhalen van dit boek van Wieringa, is deze titel wel verklaarbaar. Echter, voordat wij het boek gingen lezen en op de hoogte waren geraakt van het gedicht van Van Eyck konden wij de titel niet plaatsen. Hierom hebben wij dus ook voor een logischere titel gekozen.

Ook de teksten die op de oude omslag stonden hebben wij vervangen. De tekst op de voorkantflap ging over het verhaal Ik was nooit in Isfahaan zelf, de tekst op de achterkant was een korte mening over het boek en de tekst op de achterkantflap was een stukje over Wieringa’s oeuvre. Allereerst het stukje tekst op de voorflap. Dit is wat wij ervan gemaakt hebben: “Ik was nooit in Isfahaan is het Boekenweekgeschenk waarin Tommy Wieringa met veel fantasie een groot aantal kostelijke anekdotes aan de lezer cadeau doet. Van Syrië tot Egypte, van Frankrijk tot Zwitserland; Wieringa neemt je overal mee naar toe in deze verzameling van verhalen die aandoen alsof ze in een logboek hadden kunnen staan. Met zinnen als deze: "Asgabat is de naar buiten gekeerde geest van een man, een infantiele machtsfantasie, tot marmer versteend narcisme”, wekt hij een sfeer van mysterie, een neiging om verder te lezen, op zoek naar meer.” Deze tekst geeft duidelijk weer wat je van het boek kunt verwachten, namelijk een aantal vermakelijke verhalen die zich afspelen op verschillende plaatsen, waarbij Wieringa gebruikt maakt van een zeer mooie schrijfstijl. Aangezien dit één van de eerste teksten is die mensen zullen bekijken, als zij het boek willen kopen of lezen, moet deze tekst dus duidelijk, beschrijvend (maar niet te inhoudelijk) en lovend zijn. De tweede tekst, degene met onze mening, is de volgende geworden: “Deze fascinerende bundel van de veelgeprezen schrijver Tommy Wieringa is een groot plezier om te lezen. Doordat Wieringa gebruik maakt van een groot scala aan mooie, stilistische zinnen beleef je de verhalen alsof je er zelf bij bent. Een waardig Boekenweekgeschenk!” Aangezien een tekst als deze, die duidelijk bedoelt is om de mogelijke lezer aan te sporen het boek daadwerkelijk te lezen, bovenal lyrisch moet zijn over het boek, is dat precies hoe we geschreven hebben. Natuurlijk is de tekst lichtelijk overdreven door het gebruik van veel bijvoeglijke naamwoorden, maar dat is in een geval als dit niet erg, integendeel, hier is het zelfs gepast. De derde tekst over Wieringa zelf, gaat als volgt: “Tommy Wieringa kreeg in 2002 voor zijn roman Alles over Tristan de Halewijnprijs. Hij brak pas echt door met zijn veelbekroonde roman Joe Speedboot. Deze roman kreeg onder meer in 2006 de Ferdinand Bordewijk Prijs en de eerste Magazijn La Vie en Rose Prijs. Eén zin in dit boek leverde hem ook Tzumprijs van 2006 op: “De knalpijpen glansden als bazuinen, de wereld leek te verschroeien in allesverzengend lawaai wanneer de jongens het gaspedaal intrapten met de koppeling in, alleen om te laten weten dat ze bestonden, zodat níemand daaraan zou twijfelen, want wat niet weerkaatst, bestaat niet.” Daarnaast schreef Wieringa nog een verscheidenheid aan andere prachtige boeken, waaronder Caesarion en Dit zijn de namen.” Deze tekst is niet bijster interessant om te verantwoorden. We hebben een tekst geschreven waarin we precies vertellen welke belangrijke prijzen Wieringa gekregen heeft voor zijn werk. Dat is eigenlijk ook het doel van een tekst over de schrijver, omdat dat de lezer duidelijk moet maken dat hij veel van het boek te verwachten heeft, omdat de schrijver al veel andere bekroonde (dus goede) boeken heeft geschreven.

Dan nu het beeldmateriaal. Op de omslag hebben we drie afbeeldingen geplakt. De afbeelding op de voorkant is een schilderij van een (Afrikaanse) markt. Hij is geschilderd door Angu Walters en heet “The Village Market”. We hebben dit schilderij gekozen voor op de voorkant, omdat het vrolijk is en meteen doet denken aan verre reizen. Dat heeft niet te maken met één van de verhalen die in het boek Ik was nooit in Isfahaan staan, maar het komt meer door de sfeer die de markt uitademt, die wij vinden passen bij het boek in zijn algemeenheid. De tweede afbeelding echter, straalt eerder het tegenovergestelde uit van het andere schilderij. Dit schilderij van een oude man (wij vermoeden dat hij een zwerver is) straalt juist terneergeslagenheid, verdriet en melancholiek uit. Dit komt in het boek van Wieringa ook erg vaak voor. De twee afbeeldingen staan op de voor- en achterzijde van het boek, als metafoor voor “de keerzijde van de
medaille”. We zijn er bij dit kunstwerk niet achter gekomen wie het gemaakt heeft. Dan ten slotte de laatste afbeelding op de achterkantflap. Dit is een foto van Tommy Wieringa. We hebben ervoor gekozen ook een foto van Wieringa op te plakken, omdat lezers het fijn vinden een beeld te hebben van de schrijver het boek. Een foto van de schrijver is daarvoor een zeer geschikte oplossing.




Bronnen beeldmateriaal:
Afbeelding voorkant: Angu Walters, The Village Market: http://www.artcameroon.com/the-village-
market/
Afbeelding achterkant: http://glassierkunst.nl/2013/11/11/2487/
Afbeelding achterkantflap: http://boeken.blogo.nl/files/2010/07/tommy-wieringa.jpg

maandag 17 februari 2014

Why I love this book; Publiek geheim - Bernlef


Bernlef - Publiek geheim


Bernlef heeft zich al vaak bewezen. Met boeken als 'Hersenschimmen' heeft hij laten zien dat hij bestsellers kan schrijven. Zijn boek 'Publiek geheim' is misschien niet zo populair als de hierboven genoemde boeken, maar is het ook een bestseller? Ik vind persoonlijk van wel, en om deze stelling te beargumenteren, kijken we naar een door 'De Groene Amsterdammer' opgestelde lijst met 17 punten, waardoor te achterhalen valt in welke mate een boek een bestseller is.

Ten eerste heeft Bernlef van 'Publiek geheim' een nogal psychologische roman gemaakt. Dit zorgt ervoor dat je vrijwel alles wat de hoofdpersoon denkt en voelt zelf meemaakt. Door deze schrijfstijl maakt hij de sfeer een stuk persoonlijker voor de lezer, en hij zorgt ervoor dat als de hoofdpersoon iets ergs meemaakt, schrikt of bijvoorbeeld een versnelde hartslag krijgt, je dit als lezer ook ervaart. In de lijst met bestsellertips is dit ook op meerdere manieren opgenomen - 'Laat je held lijden aan grote innerlijke conflicten', 'Zorg dat lezers van karakters gaan houden'.

Daarnaast is er in 'Publiek geheim' veel ruimte voor detail. Al op de eerste bladzijde is dit terug te vinden - de eerste bladzijde is een beschrijving van de setting - en ook later in het boek neemt Bernlef de tijd om zaken goed te analyseren, beschrijven, en zo echt mogelijk te laten lijken. Dit zorgt, gecombineerd met een gemiddeld voorstellingsvermogen en een tikkeltje fantasie, ervoor dat je een geweldig beeld krijgt van hoe bepaalde scènes zich moeten hebben afgespeeld. In de lijst van bestsellertips is dit ook weer terug te vinden: 'Gebruik altijd details, ze geven aan je werk een universele lading.' en 'Maak je setting zo specialistisch mogelijk: geen vage locaties in een vaag dorp.'

Ten slotte is de verhaallijn van Bernlef simpelweg briljant. Hij zorgt ervoor dat de lezer altijd bezig wordt gehouden met interessante - en soms aparte - gebeurtenissen. In het boek zijn veelal conflicten, zoals die van Istvan en Clara over lafheid, of de velen tussen Istvan en de staatstelevisie, te vinden. Ook dit is opgenomen in de bestsellerlijst: 'In een verhaal gaat het om conflicten'. Verder volgt een deel van het boek ook de oude Tomas Szass, wat zorgt voor extra drang om verder te lezen, en door te gaan met de hoofdverhaallijn. Het is bovendien ontzettend origineel, om in deze tijd een verhaal te schrijven over een oostblokland dat een opstand te verwerken heeft, en om dat op zo'n goede manier te doen, dat je wel over een bestseller mag spreken. Originaliteit is ook van belang, volgens onze lijst, voor een echte bestseller: 'Sluit je niet aan bij de bestaande bestsellertrends, dus geen tovenaarsleerlingen en ontcijferingen van geheime codes.'

Kortom, je kunt het boek 'Publiek geheim' van Bernlef naar mijn mening zonder twijfel een bestseller noemen. Het heeft zoveel weg van een goede bestseller, volgens de tiplijst, dat het er wel een móet zijn. Je leeft met de hoofdpersoon mee, zijn gevoelens en gedachten zijn uitermate goed beschreven. Ook vind Bernlef het leuk om veel detail aan zijn boek te geven, wat duidelijk te lezen is, en dit zorgt voor een duidelijk, helder beeld van de omgeving, gebeurtenissen, zaken en personen die in het boek voorkomen. Verder zijn de schrijfstijl en verhaallijn van Bernlef samen een bom van conflicten, met een extra verhaallijn cadeau. En alsof dit alles nog niet genoeg is, heeft hij het lef om dit alles te doen in een boek over een oostblokland, een onderwerp waaraan niemand zich waagt een goed boek over te schrijven. Conclusie: Bernlef heeft het weer gedaan; 'Publiek geheim' mag in de rij naast 'Hersenschimmen' staan.

maandag 4 november 2013

Verwerkingsopdracht 2

Verwerkingsopdracht 2: Beschouwing vertelinstanties


Hoe schrijf je een boek? Als ik deze vraag aan menigeen zou stellen, zouden er antwoorden tevoorschijn komen als: Je hebt een plot nodig, een aantal personen, een setting enzovoort. Maar wat veel mensen vergeten is de grote rol die een vertelinstantie speelt in zo'n boek. Neem nu 'Een schitterend gebrek' van Arthur Japin en 'De schilder en het meisje' van Margriet de Moor. In deze boeken zijn verschillende vertelinstanties gebruikt. Maar welke vertelinstantie is nu beter?

Natuurlijk is er op deze vraag geen eenduidig antwoord te geven. De vertelinstanties kunnen echter wel tegen elkaar afgewogen worden.
De bekendste vertelinstantie is wel de ik-vertelinstantie. Deze vorm van vertellen wordt ook gebruikt in 'Een schitterend gebrek'. Een klein voorbeeld: 'Zo makkelijk als ik in andere landen van Europa van de hand in de tand had geleefd zo moeizaam kreeg ik hier voet aan de grond. Ik had gehoopt in onderhoud te kunnen voorzien door les te geven, maar in geen van de gegoede families lukte het mij een betrekking te vinden, zelfs niet waar ik beter Frans sprak dan de huisheer zelf.' Bij deze instantie worden de gebeurtenissen dus beleefd door de ogen van de hoofdpersoon, en dat zorgt voor een intense beleving. Deze vertelinstantie is echter zoveel gebruikt, dat het bijna vanzelfsprekend geworden is een boek zo te schrijven. Toch wordt op deze manier erg sterk meegeleefd met de hoofdpersoon en is het wel begrijpelijk dat zoveel boeken op deze manier worden geschreven.

Een andere vertelinstantie, de personale vertelinstantie genaamd, wordt ook soms gebruikt door de schrijver van een boek. Een voorbeeld hiervan is 'De schilder en het meisje' van Margriet de Moor. Voorbeeld uit het boek: 'Het meisje gehoorzaamde. Ze kwam door de zijdeur op de eerste verdieping naar buiten, het schavot op, bij haar bovenarmen vastgehouden door twee cipiers. Ze was gekleed in het extra goed dat men na haar duik in het water uit haar reiskistje had genomen.' Bij deze vertelinstantie worden de gebeurtenissen in het boek verteld alsof er in een hoek van elke kamer een camera hangt, die de gebeurtenissen rapporteert. Deze manier van schrijven wordt beduidend minder gebruikt dan de ik-vertelinstantie, maar zorgt in mijn ogen wel voor een leuke blik op sommige momenten in een boek. Het is minder goed mogelijk je in te leven in de hoofdpersoon, maar je kan je juist beter inleven in de omgeving, en alles wat eromheen gebeurt. Dit zorgt voor een bijzonder boek, dat nooit geschreven zou kunnen worden in de ik-vertelinstantie.

Dus wanneer een schrijver kiest voor een ik-vertelinstantie, kiest hij ervoor om je je in te laten leven in de hoofdpersoon, maar wanneer een schrijver kiest voor een personale vertelinstantie, legt hij vaak meer nadruk op alles wat zich eromheen afspeelt. Beide vertelinstanties kunnen in prachtige boeken resulteren, maar mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar de personale vertelinstantie, omdat er dan naar mijn mening een bijzondere blik wordt geworpen op de situaties in het boek, en dat spreekt mij aan. Maar welke vertelinstantie een schrijver ook zal kiezen, de kwaliteit van het boek bepaalt de schrijver toch echt zelf.

woensdag 30 oktober 2013

Erik of het klein insectenboek verwerkingsopdracht tekening

Ik heb een tekening van de wollewei gemaakt, en in deze tekening hebben wij gezorgd dat sommige delen zijn ingekleurd, zodat deze eruit springen, en anderen zwart-wit zijn gelaten, en zo hebben wij gezorgd voor een leuke afwisseling tussen kleur en zwart-wit. We hebben een aantal insecten en planten op deze tekening gemaakt, en in het midden hebben wij een weg gemaakt, waarop de insecten zouden lopen. Wij hebben de tekening zò geprobeerd te maken, als wanneer Erik naar het schilderij kijkt, en bepaalde dingen aan hem opvallen.

dinsdag 1 oktober 2013

Verwerkingsopdracht 1



Verwerkingsopdracht 4: Open plekken in kunstwerken
Voor deze verwerkingsopdracht heb ik drie schilderijen gevonden. Als je naar deze schilderijen kijkt, roept dat vragen op. Ik heb deze vragen naar eigen invulling beantwoord.
Schilderij 1: De Bois de Boulogne – Isaac Israëls
Waarom heeft de schilder juist deze mensen afgebeeld?
Ik denk dat Israëls deze mensen heeft afgebeeld, omdat er een heel mooi contrast te zien is tussen de man en het meisje links, en de liggende jongen rechts. Het lijkt alsof de liggende jongen ziek is en wordt ook donkerder afgebeeld op dit schilderij. De twee mensen links worden juist wat meer in de zon geplaatst.
Waarom heeft Israëls de twee mensen in de achtergrond uitgelicht?
Volgens mij heeft Israëls deze twee mensen uitgelicht omdat hij aandacht aan dat deel van het schilderij wilde schenken, en dat zou niet lukken als hij de zon er niet op liet vallen. Het lijkt alsof er een jongen/man ligt, en zijn geliefde juist aan komt lopen.



Schilderij 2: De zonnebloemenschilder (origineel Le peintre de Tournesols) – Paul Gauguin

Waarom heeft Gauguin just deze schilder (Vincent van Gogh) afgebeeld?
Ik denk dat Gauguin juist van Gogh heeft afgebeeld omdat hij blijkbaar een goede relatie met van Gogh had en waarschijnlijk omdat ze samen vaak schilderden. Misschien vond hij Vincent wel heel interessant of anders dan de rest van de schilders van die tijd.
Waarom heeft Gauguin Vincent van Gogh afgebeeld met een schilderij over zonnebloemen?
Ik denk dat Gauguin de zonnebloemen op een bepaalde manier typerend vond voor Vincent van Gogh. Misschien vond hij zonnebloemen wel heel erg bij van Gogh passen en heeft hij hem daarom met zonnebloemen geschilderd. Of hij vond het schilderij dat Vincent op dat moment maakte zo ontzettend mooi of bijzonder, dat hij het schilderen ervan wilde vastleggen.


Misschien was van Gogh wel dit schilderij aan het schilderen:
                                               
Zonnebloemen – Vincent van Gogh



File:Edouard Manet 068.jpg Schilderij 3: Stilleven met karper – Édouard Manet

Waarom heeft Manet juist deze componenten gekozen om een stilleven te maken?
Ik denk dat Manet juist een maaltijd achter de rug heeft, en dat dit de restanten waren, maar aan de andere kant lijkt het me sterk dat er zo’n groot stuk karper overblijft na een maaltijd. Misschien vond hij citroen met karper en wijn een lekkere combinatie en heeft besloten het te schilderen, zodat het een soort recept wordt.